HET ANGELUSKLOKJE
Angelusklokjes werden vroeger drie keer per dag geluid
om op te roepen tot gebed. Het Angelus, voluit Angelus
Domini, de Engel des Heren, is een katholiek gebed dat om
zes uur ‘s ochtends, twaalf uur ‘s middags en zes uur ’s
avonds, werd gebeden. De benaming ‘Angelus’ is afgeleid van
de Latijnse beginwoorden ‘Angelus Domini nuntiavit Mariæ’
(‘De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt’). In zijn
huidige vorm bestaat het Angelus sinds 1571, de tijd van
Paus Pius V. Het gebed werd zoals gezegd aangekondigd door
het luiden van een kleine klok, het Angelusklokje. Hierbij
werden drie slagen op de klok gegeven waarna een aanroep met
Weesgegroet Maria werd gebeden. Nog tweemaal volgden drie
slagen op de klok met een nieuwe aanroep en Weesgegroet.
Tenslotte werd de klok gedurende twee minuten geluid en werd
een afsluitend gebed gebeden. Nu bestaat dit gebruik niet
meer, maar in vroeger dagen stopten de gelovigen bij het
luiden van de klok meteen hun werkzaamheden om te gaan
bidden.
HET GEBED
De tekst van het gebed luidt als volgt: ‘De Engel des
Heren heeft aan Maria geboodschapt; En zij heeft ontvangen
van de heilige Geest. Wees gegroet, Maria, vol van genade,
de Heer is met U. Gij zijt de Gezegende onder de vrouwen en
gezegend is Jezus de vrucht van uw schoot. Heilige Maria,
Moeder van God, bid voor ons zondaars, nu en in het uur van
onze dood. Amen. Zie de dienstmaagd des Heren; Mij geschiede
naar uw woord. Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer
is met U. Gij zijt de Gezegende onder de vrouwen en gezegend
is Jezus de vrucht van uw schoot. Heilige Maria, Moeder van
God, bid voor ons zondaars, nu en in het uur van onze dood.
Amen. En het Woord is vlees geworden; En Het heeft onder ons
gewoond. Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met
U. Gij zijt de Gezegende onder de vrouwen en gezegend is
Jezus de vrucht van uw schoot. Heilige Maria, Moeder van
God, bid voor ons zondaars, nu en in het uur van onze dood.
Amen. Bid voor ons, heilige Moeder Gods, opdat wij de
beloften van Christus waardig worden. Laten wij bidden. Wij
bidden U, o Heer, stort uw genade in onze harten, opdat wij,
die door de boodschap van de Engel de menswording van
Christus uw Zoon gekend hebben, door zijn lijden en kruis
gebracht worden tot de glorie van de verrijzenis. Door
dezelfde Christus, onze Heer. Amen.’
HERINNERINGEN
Het spreekt voor zich dat dergelijke min of meer
plotselinge onderbrekingen van de dag tot mooie
herinneringen leiden. We hebben er twee gehaald uit dagblad
‘De Stem’ van 8 maart 2005. ‘Zo gauw het Angelus om vijf
minuten voor twaalf luidde, hield bij ons alles op,’ zegt
broeder Edgar Ruys uit Oudenbosch. ‘Of je nu buiten of
binnen aan het spelen was, maakte niets uit. Men zeeg op z’n
knietjes en één van de broeders in de buurt bad de Engel des
Heren voor. Buiten op de speelplaats voor de kapel keek je
dan uit naar het moment waarop de broeder opstond, want dan
wist je dat het gebed afgelopen was. Op zondag werd het
Angelus staande gebeden en ’s avonds nog een keertje
overgedaan.’ Nelly van de Luijtgaarden herinnert zich nog
dat in de jaren dertig het Angelus om 12.00 uur in de klas
werd gebeden. ‘Bij het tweede deel van de Engel des Heren,
als de zuster gebeden had “Zie de dienstmaagd des Heren”
moesten wij antwoorden “Mij geschiede naar uw woord”.
Steevast zei één van de leerlingen dan “En ze schieten tegen
mijn oor.” Ik denk dat de zuster door de kap op haar hoofd
dit nooit goed heeft kunnen horen, maar wij genoten er wel
van.’
KLACHTEN
In het Zeeuwse Westdorpje klaagden een paar jaar geleden
een paar bewoners over het luiden van de Angelusklokje
vanwege de voor hen ongunstige ogenblikken. Tientallen
briefjes, 520 handtekeningen, mailtjes en telefoontjes
kwamen er binnen als tegenreactie op de vier klagers die
graag wilden dat dit klokgeklep zou stoppen. Veel inwoners
konden er zich wel wat bij voorstellen, want zes uur is
vroeg voor sommigen. En voor mensen die in ploegen werken
kan zelfs de klok van twaalf uur nog een vervelende tijd
zijn.
HET ANGELUS KLEPT
Over het Angelusklokje schreef Catharina van Renes
een populair liedje dat ook voorkwam in het repertoire van
de Zangeres zonder Naam.
Het Angelus klept in de verte in tonen zo zuiver en hel
De grootmoeder knielt op de drempel De kinderen zij staken
hun spel.
Grootmoeder bidt: Onze Vader De kinderen zeggen ‘t haar
na Een zonnestraal glijdt door het loover een glimlach, een
glimlach van 's Heeren gena
Zij bidt ‘O God schenk uwe zegen ook over dee’z kinderkes
klein en wees hun nabij met uw liefde als ik niet meer bij
hen kan zijn’
Grootmoeder bidt: Onze Vader De kinderen zeggen ‘t haar
na Een zonnestraal glijdt door het loover een glimlach, een
glimlach van ‘s Heeren gena
HOE MEN DE CARILLONBESPELING HET BESTE KAN BELUISTEREN
Over hoe je het carillon het beste kunt horen, deelde in
1932 in de ‘Weesper Post’ de toenmalige stadsbeiaardier Jac
Vincent het volgende mee: ‘Het is mij meerdere malen
opgevallen dat luisteraars zich meestal vlak onder of in de
onmiddellijke nabijheid van den toren begeven en daar staan
te luisteren. Op deze plaatsen is de bespeling allerminst
mooi en goed te hooren. De zware klokken domineeren daar te
veel en de zogenaamde boventonen van de klokken zijn
hinderlijk voor het hooren. Zij, die het carillonspel in
volle schoonheid willen hooren, begeven zich eens naar den
Klompweg of ’s Gravelandscheweg, al naar de windrichting is.
Op zulk een afstand komt het klokkenspel volkomen tot zijn
recht. Zelf ben ik eens op een zomeravond naar den Klompweg
gegaan om daar het heel en halfuurspel te hooren en was
verwonderd over de fijne zilveren klankjes, die ik daar eens
kon beluisteren. Laten de luisteraars deze proef eens
nemen.’ Een prima advies, maar helaas letterlijk niet meer
van deze tijd. Wie nu naar de Klompweg of ’s Gravelandseweg
gaat om te luisteren, loopt grote kans het carillon helemaal
niet meer te horen door de tijdens de spitsuren elke twee
minuten overkomende vliegtuigen en de over het spoor
denderende treinen. Was Weesp 75 jaar geleden nog een
rustig, landelijk gelegen stadje met eens per uur een trein
en sporadisch een vliegtuigje, nu maakt het deel uit van de
rumoerige Randstad en gaan de mooie carillonklanken helaas
veelal verloren in bijgeluiden.
1914-1918
Wist u dat het gemeentebestuur van Weesp er tijdens de
eerste wereldoorlog serieus over gedacht heeft de kostbare
zware trommel van het carillon te gelde te maken? Het
verhaal is afkomstig van stadsbeiaardier Jac Vincent
(1929–1949) en werd door een journalist opgetekend tijdens
een interview met hem in 1939 nadat het carillon vanwege een
restauratie vijf maanden buiten gebruik was geweest.
Vincent: ‘De kostbare zwaarkoperen historische trommel, in
1664 gemaakt door de beroemde uurwerkmaker Adr. Spraeckel en
waarvan alleen nog maar een soortgenoot prijkt in het
Koninklijk Paleis te Amsterdam, was natuurlijk geld waard.
Geld dat de gemeente kennelijk wel kon gebruiken. Maar ik
ben ervan overtuigd dat een dergelijke transctie nimmer van
hogerhand zou zijn goedgekeurd, en dat anders Monumentenzorg
wel een spaak in het wiel zou hebben gestoken.’
GEDICHTEN
Naar aanleiding van de carillon-acties schreven
verschillende Weespers spontaan gedichten die in de
plaatselijke pers werden afgedrukt. Hieronder vindt u er
drie. Het eerste gedicht van Coen en Babs Aalst is van dit
jaar, het tweede gedicht (uit 1984) van Dries Bouhuys, zoon
van Meester Bouhuys en broer van schrijfster Mies Bouhuys en
het derde gedicht, ook uit 1984, van Henny Weenink.
Carillon (1)
O, mooie klokkentoren Wat doen ze je toch aan
Je mag ’s nachts eigenlijk niet spelen maar gelukkig trek
jij je daar niets van aan
Eens zijn ze gestolen
Op 1 na zijn ze terug
Dus laat je melodie maar horen 24 uur lang
Carillon (2)
Toen ik nog nauwelijks lopen kon (ik ben in Weesp
geboren) hoorde ik al het carillon weerklinken uit de toren
En later werd ik dit gewaar dat het niet anders kon
die beide horen bij elkaar: Weesp en het carillon
En ’s avonds voor het slapen gaan loop ik een straatje
om Ik ga dan van de Kuyperlaan door de bebouwde kom
Zo loop ik verder door het duister ik zie boven Weesp
een lichtend kruis Ik hoor de klokken en luister Ik ben in
Weesp, hier ben ik thuis
En als ik later in mijn bed niet direct slapen kon heb
ik het raam opengezet ik luister: ’t Carillon
Nu is er plotseling het gevaar wat begint te dreigen
want een mevrouw die wil zowaar de klokken laten zwijgen
Laten wij ons dit welgevallen? Of trekt U zich er
niets van aan? Laten wij zorgen met zijn allen dat onze
klokken blijven bestaan
Dries Bouhuys, Weesp
Carillon (3)
De klokken met hun edele geluiden,
die klonken in de nacht,
hebben menig Weesper gewekt voor het gevaar dat hun wacht.
Als water, vuur en vijand kwamen,
riep de toren ze tesamen.
Laat toch staan deze rots.
Henny Weenink lid Historische Kring Weesp
|