1595 – 1598 Peter Dircksz van Purmerende
1598 – 1601 Jan Lubbertsz van Oudewater
1601 – 1615 Ansman Jansz
1615 – 1616 Jan Jansz Broci
1616 – 1626 Jacus Jacusz Baes
1626 – 1658 Pieter de Knipbergh
1658 – 1673 Quirijn de Knipbergh
1673 – 1687 Jacob van Neck
1687 – 1706 Willem van Neck
1706 – 1754 Hendrik Boeduijns
1754 – 1813 Jan Hendrik van Ketel
1813 – 1826 Barend van den Eezen
1826 – 1840 Hermanus Lingius
1840 – 1892 Justus Blank
1922 - 1926 J. de Vries
1929 – 1949 Jac Vincent *
1950 – 1960 Piet van der Hoeven
1963 - 1985 Wim Franken
1985 – 1998 Lies Over de Linden
1998 - nu Gijsbert Kok
* Jac Vincent, vader van de bekende sopraan Jo Vincent,
ging in 1949 op 75-jarige leeftijd met pensioen maar beklom
tot aan zijn tachtigste verjaardag nog geregeld de steile
ladders naar klokkenkamers
Omdat de toren van de kerk en dus ook het klokkenspel
eigendom is van de gemeente Weesp, stelt de gemeente ook een
stadsbeiaardier aan. De beiaardier bespeelt niet alleen
geregeld het carillon, maar is ook belast met het vier keer
per jaar verwisselen van de vaste melodiëen die het carillon
elk kwartier speelt. Voor speciale concerten kan ook een
andere beiaardier uitgenodigd worden om het carillon te
bespelen. De beiaardier staat per traditie in dienst van de
stad en is dus in feite een ambtenaar. De functie is veelal
een aantrekkelijke bijbaan voor musici, met name voor
organisten. De beiaardier, die meestal ook in andere
gemeenten een carillon bespeelt, krijgt voor zijn
werkzaamheden een vergoeding of salaris. Van Jacus Jansz
Broci (1616-1626) weten we dat hij in 1621 een jaarsalaris
van 160 gulden ontving.
WIM FRANKEN (1963-1985)
De bekendste beiaardier van de laatste jaren in Weesp was
Wim Franken (1922), één van Nederlands meest vooraanstaande
componisten van carillonmuziek. Franken, studeerde tijdens
de tweede wereldoorlog piano aan het toenmalige Hilversums
Muzieklyceum en was daarna lange tijd vaste begeleider van
het Scapino Ballet. Ten tijde van zijn beiaardierschap in
Weesp was hij als pianoleraar verbonden aan de Amersfoorste
Muziekschool. Al aan het einde van de jaren vijftig liet
Franken zich inschrijven aan de Nederlandse Beiaardschool in
Amersfoort, dat samen met de Mechelse Beiaardschool in
België tot de bekendste instituten op dit gebied ter wereld
behoort. Franken bestempelde het Weesper carillon in een
interview met ‘De Gooi- en Eemlander’ in 1974 als ‘licht
bespeelbaar’, nadat de journalist, toen hij hem zag spelen
had opgemerkt dat dat een nogal ‘woeste aanblik’ bood: ‘Voor
het lekenoog lijkt Franken het klavier slaand en trappelend
te bespelen. De herrie die het klavier maakt, overstemt
bijna het eigenlijke klokkenspel.’ Franken: ‘Je moet je wel
tot een dergelijk instrument aangetrokken voelen en gevoel
hebben voor de historische sfeer die er omheen hangt. Een
carillon is een heel apart instrument, niet te vergelijken
met enig ander. De Laurenskerk heeft niet alleen goede
klokken, maar is ook akoestisch erg mooi.’ Toch merkte
Franken, die ook het carillon van de Amsterdamse Zuidertoren
bespeelde, op: ‘Het bespelen van een carillon lijkt meer op
het werk voor een mannetjesputter, dan voor een musicus.’
Als componist schreef Franken in 1981 in opdracht van de
gemeente Weesp voor de Laurensbeiaard het werk ‘Sic
preludebat’, vrij vertaald ‘Zo preludeerde hij voor Weesp’.
Het is gebaseerd op een gedicht van Timon Rudolphi, de
burgemeester van het zeventiende eeuwse Duitse stadje Emden,
die het klokkenspel dat nu in de Grote Kerk hangt, in 1671
voor zijn stad hoopte te bemachtigen.
GIJSBERT KOK (1998-nu)
De huidige stadsbeiaardier van Weesp, Gijsbert Kok, die ook
de carillons van Voorschoten, Zoetermeer en Bergen bespeelt,
werd in 1998 aangesteld. Elke dinsdagmorgen, op marktdag,
bespeelt hij van elf tot twaalf het carillon, weer of geen
weer, belalve als er zwaar onweer is. Kok: ‘Hoewel ik wel de
voorkeur geef aan de zomermaanden. In de winter is het
hierboven namelijk erg koud. Door de kieren in het dak is er
weinig beschutting. Er staat wel een kacheltje, maar het
duurt ongeveer een uur voordat dat goed op gang is. Kortom,
het is hier behaaglijk op het moment dat ik weer wegga.’
Hoewel elk carillon anders is, heeft Weesp wel een bijzonder
exemplaar, aldus Kok in het ‘Weesper Nieuws’ in 2002. Dat
heeft alles te maken met de ouderdom. Het Weesper exemplaar
stamt uit 1671 en is een origineel Hemony carillon, onder
andere te herkennen aan de speciale randschriften van de
klokken. Kok: ‘Als je goed kijkt, zie je engeltjes die een
instrument bespelen. De Hemony-carillons zijn trouwens de
beroemdste die Nederland ooit heeft voortgebracht.’ Kok:
‘Kijk, en hier zit ik dan. Dit is het klavier en daarachter
zie je oerwoud aan draden. Die draden gaan door het dak heen
en staan in verbinding met de 38 klokken van de beiaard, die
nog een verdieping hoger hangen. Wat ik altijd doe als ik
begin is het afregelen van de draden omdat die door warmte
en kou uitzetten of krimpen. Je spant de draden tussen toets
en klepel als het ware op de juiste lengte.’
|